Art. 1
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Art. 2
5. Iedere vreemdeling die 5 jaren legaal in Nederland verblijft, krijgt, indien gewenst, de Nederlandse nationaliteit.
6. De officiële taal In Nederland in het Nederlands.
7. De Wet regelt erkenning en behoud van streektalen.
Art. 4
2. Verkiezingen voor openbare lichamen en bestuursfuncties alsmede referenda worden gehouden op de bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag. Deze dag dient ieder jaar op dezelfde datum dan wel op dezelfde weekdag van dezelfde maand terug te keren.
Art. 11
2. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen en voorwaarden, recht op medisch professionele hulp bij beëindiging van het leven.
Art. 19
4. De wet regelt dat vrouwen en mannen gelijkwaardig vertegenwoordigd zijn in besturen en colleges.
2. Iedere Nederlander krijgt maandelijks een basisinkomen.
a. Minderjarigen krijgen hun leeftijd in jaren maal 1/18 deel van het basisinkomen, voor nuljarigen wordt met één gerekend
b. Het basisinkomen vervangt Bijstand, AOW, WW, Kinderbijslag, Opvang-, Zorg- en Huurtoeslagen, Kindgebondenbudget, Persoonsgebondenbudget, WIA, Ziektewet, ANW, IOAW, IOAZ, Wajong, Hypotheekrenteaftrek, Studiefinanciering
3. [vervalt]
4. Ieder Nederlander is verplicht een basiszorgverzekering af te sluiten, iedere zorgverzekeraar is verplicht een basiszorgverzekering aan te bieden. De Wet stelt minimale eisen aan de basiszorgverzekering. Iedere Nederlander is vrij te kiezen of en hoe de basisverzekering aan te vullen.
5. Ieder Nederlander is verplicht een basispensioenverzekering af te sluiten, iedere pensioenverzekeraar is verplicht een basispensioenverzekering aan te bieden. De Wet stelt minimale eisen aan de basispensioenverzekering. Iedere Nederlander is vrij te kiezen of en hoe de basisverzekering aan te vullen.
Art. 21
2. De zorg van de overheid is gericht op het beschikbaar maken van voldoende openbaar vervoer in het hele land met optimale aansluitingen met de omliggende landen.
3. De zorg van de overheid is gericht te voldoen aan de energiebehoefte op de meest duurzame wijze en het energieonafhankelijk zijn van derden.
4. De Wet stelt voorwaarden aan handel van en speculatie met onroerende goederen.
9. Een kind is leerplichtig vanaf de dag dat het twee jaren oud wordt. De leerplicht duurt totdat een bij Wet vastgesteld minimum diploma behaald is, dan wel een bij Wet vastgestelde minimum leeftijd bereikt is.
10. Leerlingen in het voortgezet onderwijs dienen in staat te worden gesteld voor ieder vak afzonderlijk een diploma te behalen op het gewenste niveau, ongeacht het niveau van de school.
11. Zowel het lager- (of basis-) als het middelbaar onderwijs organiseert een sociale dienstplicht van elk tenminste zes maanden. De Wet regelt de minimale eisen aan deze sociale dienstplicht.
12. De zorg van de overheid is gericht op het levend houdend van streektalen en tweetalig onderwijs mogelijk te maken.
Art. 24
De Koning wordt rechtstreeks gekozen op de bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag voor een periode van maximaal 10 jaren door de Nederlanders die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen ten aanzien van Nederlanders die geen ingezetenen zijn. Op het moment van de verkiezing dient de kandidaat ten minste achttien jaren oude te zijn.
Art. 25
Het koningschap wordt bij overlijden van de Koning tijdelijk waargenomen door de vice-voorzitter der Raad van State.
Art. 26
[vervalt]
Art. 27
[vervalt]
Art. 28
[vervalt]
Art. 29
[vervalt]
Art. 30
[vervalt]
Art. 31
[vervalt]
Art. 33
[vervalt]
Art. 34
[vervalt]
Art. 37
1. Het koninklijk gezag wordt uitgeoefend door de vice-voorzitter der Raad van State:
a. [vervalt]
b. [vervalt]
e. Bij overlijden van of afstand doen van de troon door de Koning tot na de volgende bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag en beëdiging van de nieuwe Koning.
2. [vervalt]
3. [vervalt]
4. De vice-voorzitter der Raad van State zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt, in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal.
5. [vervalt]
Art. 38
[vervalt]
Art. 39
[vervalt]
Art. 40
1. De Koning ontvangt jaarlijks ten laste van het Rijk uitkeringen naar regels bij de wet te stellen.
2. [vervalt]
1. De minister-president en de vice-minister-president worden rechtstreeks gekozen op de bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag voor een periode van maximaal 4 jaren door de Nederlanders die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen ten aanzien van Nederlanders die geen ingezetenen zijn.
2. Verkiezing van de minister-president en de vice-minister-president geschiedt middels dezelfde verkiezing, waarbij degene met de meeste stemmen minister-president wordt en de degene met daarna de meeste stemmen de vice-minister-president.
Art. 49
Op de wijze bij de wet voorgeschreven leggen de ministers en de staatssecretarissen bij de aanvaarding van hun ambt ten overstaan van de Koning en de Staten Generaal een eed, dan wel verklaring en belofte, van zuivering af en zweren of beloven zij trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van hun ambt.
Art. 51
2. De Tweede Kamer bestaat uit honderdzestig leden.
3. De Eerste Kamer bestaat uit tachtig leden.
Art. 52
2. [vervalt]
3. Ieder jaar op de bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag wordt één vierde deel van iedere Kamer gekozen.
Art. 53
3. Na verkiezingen worden de lijsten der politiek partijen opnieuw gerangschikt in aflopende volgorde van meest behaalde stemmen. Deze volgorde bepaalt welke kandidaten tot de Kamers toetreden.
De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door Provinciale Staten, gemeenteraadsleden en leden der Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal.
Art. 57
2. Een lid van de Staten-Generaal kan niet tevens zijn minister, staatssecretaris, lid van de Raad van State, lid van de Algemene Rekenkamer, lid van een gemeenteraad, lid van Provinciale Staten, Nationale ombudsman of substituut-ombudsman, of lid van of procureur-generaal of advocaat-generaal bij de Hoge Raad.
Art. 64
1. [vervalt]
2. [vervalt]
3. [vervalt]
4. [vervalt]
Art. 74
1. De Koning is voorzitter van de Raad van State.
1. Zodra een Wet bekrachtigd is door Regering en Staten Generaal hebben alle ingezetenen het recht gedurende een bij Wet te bepalen periode een bij Wet te bepalen hoeveelheid handtekeningen te verzamelen om een referendum te organiseren om de Wet ongedaan te maken. Referenda vinden plaats op de bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag. De opkomst dient minimaal de helft plus één te zijn. Om een Wet ongedaan te maken dient minimaal de helft plus één hiervoor gestemd te hebben.
2. De Wet regelt ook dat er referenda gehouden kunnen worden over besluiten genomen op gemeentelijk en provinciaal niveau.
3. Iedere ingezetene kan middels een bij Wet vast te stellen minimum aantal handtekeningen een onderwerp agenderen bij de Tweede Kamer, de Provinciale Staten van de provincie waarin de ingezetene kiesgerechtigd is of gemeenteraad van de gemeente waarin de ingezetene kiesgerechtigd is.
Art. 90
2. De zorg van de regering is gericht op het
democratiseren van de (Europese)
Unie alsmede het uitbreiden van de (Europese)
Unie met
landen die aan de hand van
onafhankelijke indices gemeten klaar zijn voor toetreding van de
Unie.
3. De regering stimuleert en zet zich in voor democratiserende bewegingen in Nederland, in andere landen, internationaal en supranationaal.
4. De regering bestrijdt actief fraude en corruptie bij niet-gouvernementele organisaties, zowel nationaal als internationaal.
Art. 111
[vervalt]
Art. 123
3. Gemeenten worden opgedeeld in drie categorieën: urbaan, semi-urbaan en ruraal. De Wet stelt de bandbreedte voor het aantal inwoners per oppervlakte voor de categorieën vast.
4. Aan land aangrenzende gemeenten die in dezelfde categorie vallen, dienen te fuseren en provinciegrenzen waar nodig aangepast.
5. Een wijziging van categorie dient goedgekeurd te worden door de Staten Generaal.
Art. 129
4. Ieder jaar op de bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag wordt één vierde deel van iedere Gemeenteraad en college van Provinciale Staten gekozen.
7. Elke gemeenteraad en college van Provinciale Staten bestaat uit een veelvoud van vier leden.
8. Na verkiezingen worden de lijsten der politiek partijen opnieuw gerangschikt in aflopende volgorde van meest behaalde stemmen. Deze volgorde bepaalt welke kandidaten tot de Provinciale Staten dan wel gemeenteraden toetreden.
Art. 131
De commissaris van de Koning en de burgemeester en dier plaatsvervangers worden op dezelfde manier gekozen als de minister-president en de vice-minister-president op de bij Wet vast te stellen Verkiezingsdag voor een periode van vier jaren.
Art. 133
1. Waterschappen worden opgeheven als bestuurslaag en ondergebracht als ambtelijke dienst bij provinciale besturen.
2. [vervalt]
3. [vervalt]