Vier pleintjes met winkels, horeca, kapperszaken, een reiswinkel. In de buurt het opgekalefaterde Gelderlandplein en winkelcentrum Rooswijck. En leegstand: twee slijterijen hebben onlangs de deuren gesloten en in zijstraten staat al jaren een oud postkantoor leeg en heeft onlangs een kinderdagverblijf een pand verlaten. Ik heb het natuurlijk over de Kastelenstraat in Buitenveldert.
In het Gelderlandplein is de laatste jaren veel geïnvesteerd: nieuwe aanbouw, nieuwe winkels, winkels zijn verhuisd, uitgebruid, er is horeca bijgekomen en het winkelcentrum heeft zelfs een eigen buslijn. Ook het kleine winkelcentrum heeft een opknapbeurt ondergaan. Maar dit is wel ten koste van andere straten in de buurt gegaan. In de Arent Janszoon Ernststraat en de Kastelenstraat staat al veel leeg en het lijkt alleen maar meer te gaan worden. Want hoe lang houdt het reisbureau het nog vol? En hoeveel kapperszaken heb je nodig in één straat? Aangezien leegstand leegstand aantrekt, moet er wel iets gebeuren. Want niets doen kan op termijn alleen resulteren in nog veel meer leegstand.
Maar een kopie van het Gelderlandplein of van Rooswijck zal niet de oplossing zijn. Daarvoor liggen de gebieden te dicht bij elkaar en daarvoor is de Kastelenstraat met z'n vier pleintjes ook te versnipperd. Daarom stel ik voor: maak van de Kastelenstraat en omgeving (Merckenburg, Giessenburg) een freezone gebied. Eventueel in combinatie met de AJ Ernststraat. Een freezone kan ondernemingen aantrekken waar gemeente, verhuurders en omwonenden niet opkomen. Als deze ondernemingen nieuw publiek aantrekken, kunnen de huidige ondernemers in de buurt daar van profiteren. In een buurt met meerdere basis- en middelbare scholen, een studentenwijk om de hoek, veel expats en steeds meer jonge gezinnen, is het publiek gemêleerd genoeg om verschillende initiatieven aan te trekken.
Aanbevolen post
Grondwetswijzigingen van De Jong - 2016
Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toe...
zondag 26 februari 2017
dinsdag 14 februari 2017
2 van de 10 - deel 3: Brexit
23 juni 2016 zou de geschiedenisboeken in moeten gaan als Independence Day for the UK. Een meerderheid van 51,9% had zich immers uitgesproken voor een Brexit: een uittreden van de UK uit de EU. 51,9%: een kleine marge maar een meerderheid. Had het Remain-kamp maar beter zijn best moeten doen.
Maar als je op de landsdelen inzoomt, hebben alleen Engeland (53,3%) en Wales 52,5%) voor een Brexit gestemd. Noord-Ierland 55,8%) en Schotland (62,0%) stemden met overtuigendere meerderheden voor een Brexin. Maar Engeland is qua inwoneraantal groter dan de andere drie samen, dus de weegschaal tipt al snel de Engelse kant op. Het Engelse percentage is trouwens inclusief de stemmen van Gibraltar waar 98% voor Brexin stemde. Maar daar wonen dan ook minder mensen dan in Amsterdam Noord.
Het Verenigd Koninkrijk is in deze dus iets minder verenigd dan het zou willen. Schotland ziet in deze verkiezingsuitslag een nieuwe aanleiding om een referendum over onafhankelijkheid uit te schrijven en de situatie in Noord-Ierland, met de dreiging van een gesloten grens met de Republiek Ierland is nog veel complexer. Maar het referendum ging over het verlaten van de EU door de UK, niet door de individuele landsdelen, dus het gemiddelde percentage telt. Helaas voor de 98% op Gibraltar en 62% in Schotland en 60% in Londen.
Maar 51,89% is niet een heel grote meerderheid. En met een opkomst van 65,38% kan men zeggen dat de passie voor het onderwerp ver te zoeken was. Zo'n 35% van de Britten vond het niet interessant genoeg, duidelijk genoeg of belangrijk genoeg om überhaupt te gaan stemmen. Meer dan 25 duizend mensen namen wel de moeite om naar het stemlokaal te gaan, maar brachten een ongeldige of blanco stem uit. En van de mensen die mochten gaan stemmen, was een krappe 34% voor een Brexit. Gemiddeld. Over Engeland, Wales, Noord-Ierland, Schotland en Gibraltar. Dus voor deze keer: 3 van de 10.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 4: De voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
Maar als je op de landsdelen inzoomt, hebben alleen Engeland (53,3%) en Wales 52,5%) voor een Brexit gestemd. Noord-Ierland 55,8%) en Schotland (62,0%) stemden met overtuigendere meerderheden voor een Brexin. Maar Engeland is qua inwoneraantal groter dan de andere drie samen, dus de weegschaal tipt al snel de Engelse kant op. Het Engelse percentage is trouwens inclusief de stemmen van Gibraltar waar 98% voor Brexin stemde. Maar daar wonen dan ook minder mensen dan in Amsterdam Noord.
Het Verenigd Koninkrijk is in deze dus iets minder verenigd dan het zou willen. Schotland ziet in deze verkiezingsuitslag een nieuwe aanleiding om een referendum over onafhankelijkheid uit te schrijven en de situatie in Noord-Ierland, met de dreiging van een gesloten grens met de Republiek Ierland is nog veel complexer. Maar het referendum ging over het verlaten van de EU door de UK, niet door de individuele landsdelen, dus het gemiddelde percentage telt. Helaas voor de 98% op Gibraltar en 62% in Schotland en 60% in Londen.
Maar 51,89% is niet een heel grote meerderheid. En met een opkomst van 65,38% kan men zeggen dat de passie voor het onderwerp ver te zoeken was. Zo'n 35% van de Britten vond het niet interessant genoeg, duidelijk genoeg of belangrijk genoeg om überhaupt te gaan stemmen. Meer dan 25 duizend mensen namen wel de moeite om naar het stemlokaal te gaan, maar brachten een ongeldige of blanco stem uit. En van de mensen die mochten gaan stemmen, was een krappe 34% voor een Brexit. Gemiddeld. Over Engeland, Wales, Noord-Ierland, Schotland en Gibraltar. Dus voor deze keer: 3 van de 10.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 4: De voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
2 van de 10 - deel 4: de voorspelling
Over een maand zijn er weer verkiezingen in Nederland. En de belangrijkste die we hebben. Tenminste, als je kijkt naar de opkomst en de media-aandacht die Tweede Kamerverkiezingen krijgen. Persoonlijk vind ik niet dat lokale, regionale (met indirect de Eerste Kamerverkiezingen) en Europese verkiezingen er minder toe doen, maar daarover eerder meer. Nu komen dus het belangrijkste democratische moment sinds vier jaar op ons af en voor het eerst lijkt een populistische partij de grootste te gaan worden.
De PVV heeft de wind in de rug. In Frankrijk is het Front Nationaal groter dan ooit, in de UK heeft het Brexit-kamp gewonnen, Trump heeft op een originele manier het Amerikaanse presidentschap veroverd, in Duitsland maakt de schaamte voor de holocaust en WO2 plaats voor AfD en in Midden-Europa viert het nationalisme hoogtij. En in Nederland lijken Wilders en de PVV meer steun dan ooit te hebben. Het lijkt wel of het hele land er van op zijn kop staat. Zelfs zo erg dat er afscheidingsbewegingen aan het ontstaan zijn voordat er ook maar een verkiezingsuitslag mogelijk is.
Maar laten we nu eens beter naar de peilingen kijken. Het valt inderdaad op dat de PVV de laatste maanden de grootste is. Maar met een percentage dat de 20% net niet haalt. Anders gezegd denkt 80% te gaan stemmen op een andere partij dan de PVV. Alleen op welke partij, daar zit het hem in. Als die 80% netjes verdeeld was over twee grote en een drietal kleine partijen, zou de Twee Kamer er na 15 maart zeer overzichtelijk uitgezien hebben. Maar het lijkt er op dat vier vijfde van de stemmen verdeeld gaan worden over 6 à 7 middelgrote partijen en 6 à 7 kleine partijen. In totaal dus 14 partijen.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
De PVV heeft de wind in de rug. In Frankrijk is het Front Nationaal groter dan ooit, in de UK heeft het Brexit-kamp gewonnen, Trump heeft op een originele manier het Amerikaanse presidentschap veroverd, in Duitsland maakt de schaamte voor de holocaust en WO2 plaats voor AfD en in Midden-Europa viert het nationalisme hoogtij. En in Nederland lijken Wilders en de PVV meer steun dan ooit te hebben. Het lijkt wel of het hele land er van op zijn kop staat. Zelfs zo erg dat er afscheidingsbewegingen aan het ontstaan zijn voordat er ook maar een verkiezingsuitslag mogelijk is.
Maar laten we nu eens beter naar de peilingen kijken. Het valt inderdaad op dat de PVV de laatste maanden de grootste is. Maar met een percentage dat de 20% net niet haalt. Anders gezegd denkt 80% te gaan stemmen op een andere partij dan de PVV. Alleen op welke partij, daar zit het hem in. Als die 80% netjes verdeeld was over twee grote en een drietal kleine partijen, zou de Twee Kamer er na 15 maart zeer overzichtelijk uitgezien hebben. Maar het lijkt er op dat vier vijfde van de stemmen verdeeld gaan worden over 6 à 7 middelgrote partijen en 6 à 7 kleine partijen. In totaal dus 14 partijen.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
donderdag 2 februari 2017
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
In april vorig jaar heb ik voorgerekend dat de overwinning van het nee-kamp helemaal niet zo'n grote overwinning was. Laatste heb ik een vergelijkbaar sommetje gedaan en er kwamen verrassend gelijkende getallen uit. Ik heb het over de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de overwinning van Trump.
In de Verenigde Staten van Amerika wordt de president niet door het volk gekozen, maar door het Electoraal College of Kiescollege. Donald J. Trump heeft in december 304 van de 538 stemmen gekregen in het kiescollege: 56%, een mooie en duidelijke overwinning. Zijn naaste belager Hillary Clinton kwam niet verder dan 42%. Tot hier is er geen vuiltje aan de lucht, Trumps overwinning is reglementair, volgens de grondwet en andere geldende wetten. Maar om nu te spreken van een beweging die zijn weerga niet kent en het hele land op zijn kop gaat zetten...
Ten eerste is 56% ook weer niet zo'n grote meerderheid dat je echt van revolutionair of iets vergelijkbaars kan spreken. Maar belangrijker nog is te weten dat hij niet eens de meeste stemmen heeft gekregen. Namelijk bijna 3 miljoen stemmen minder dan Hillary Clinton. In percentages: Trump 46,0%, Clinton 48,1%. Allebei geen absolute meerderheid dus. Hierover later meer.
Trump heeft dus 'slechts' 46% van de stemmen gekregen. Van de stemmen. Want heel veel mensen zijn niet gaan stemmen. Slechts 54,6% van de zogenaamde Voting Age Population -zoiets als de Stemgerechtigden in Nederland- is daadwerkelijk gaan stemmen. Dat is eigenlijk een bedroevend laag percentage, maar ook het laagste sinds 2000. Trump heeft dus helemaal niet massa's weten te bewegen richting de stembussen.
Trump wist dus niet de meeste stemmen te bemachtigen en waarschijnlijk ook niet heel veel nieuwe stemmers naar de stembussen te lokken. Maar wat hem wel lukte, is een bijzonder hoog aantal mensen op een kansloze kandidaat te laten stemmen. Al moet hij die eer met Hillary Clinton delen. Maar liefst 5,9% van de stemmers stemde op een kandidaat van de Libertarians, de Green Party of een andere partij die op voorhand kansloos was. Die percentage was nog nooit zo hoog sinds 1996 toen Ross Perot namens de Reform Party wel 8,4% van de stemmen kreeg. Ook hebben Clinton en Trump het voor elkaar gekregen dat het kiescollege op een bijna ongekend aantal kansloze mensen -die meestal niet eens kandidaat waren- een stem kregen. Maar liefst 7 van de 538 stemmen gingen naar 7 verschillende kansloze 'kandidaten', het hoogste aantal sinds 1872.
Tot nu toe moeten we concluderen dat Trump niet heel goed is in zelfstandig meerderheden behalen en samen met Clinton kan hij heel goed verdeeldheid zaaien. Maar hoe groot is nu daadwerkelijk die beweging van hem? Bijna 63 miljoen stemmen. Dat is 46,0% van de stemmen, 25,1% van het aantal stemgerechtigden en 19,4% van de bevolking. Oftewel: 2 van de 10.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: De voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
In de Verenigde Staten van Amerika wordt de president niet door het volk gekozen, maar door het Electoraal College of Kiescollege. Donald J. Trump heeft in december 304 van de 538 stemmen gekregen in het kiescollege: 56%, een mooie en duidelijke overwinning. Zijn naaste belager Hillary Clinton kwam niet verder dan 42%. Tot hier is er geen vuiltje aan de lucht, Trumps overwinning is reglementair, volgens de grondwet en andere geldende wetten. Maar om nu te spreken van een beweging die zijn weerga niet kent en het hele land op zijn kop gaat zetten...
Ten eerste is 56% ook weer niet zo'n grote meerderheid dat je echt van revolutionair of iets vergelijkbaars kan spreken. Maar belangrijker nog is te weten dat hij niet eens de meeste stemmen heeft gekregen. Namelijk bijna 3 miljoen stemmen minder dan Hillary Clinton. In percentages: Trump 46,0%, Clinton 48,1%. Allebei geen absolute meerderheid dus. Hierover later meer.
Trump heeft dus 'slechts' 46% van de stemmen gekregen. Van de stemmen. Want heel veel mensen zijn niet gaan stemmen. Slechts 54,6% van de zogenaamde Voting Age Population -zoiets als de Stemgerechtigden in Nederland- is daadwerkelijk gaan stemmen. Dat is eigenlijk een bedroevend laag percentage, maar ook het laagste sinds 2000. Trump heeft dus helemaal niet massa's weten te bewegen richting de stembussen.
Trump wist dus niet de meeste stemmen te bemachtigen en waarschijnlijk ook niet heel veel nieuwe stemmers naar de stembussen te lokken. Maar wat hem wel lukte, is een bijzonder hoog aantal mensen op een kansloze kandidaat te laten stemmen. Al moet hij die eer met Hillary Clinton delen. Maar liefst 5,9% van de stemmers stemde op een kandidaat van de Libertarians, de Green Party of een andere partij die op voorhand kansloos was. Die percentage was nog nooit zo hoog sinds 1996 toen Ross Perot namens de Reform Party wel 8,4% van de stemmen kreeg. Ook hebben Clinton en Trump het voor elkaar gekregen dat het kiescollege op een bijna ongekend aantal kansloze mensen -die meestal niet eens kandidaat waren- een stem kregen. Maar liefst 7 van de 538 stemmen gingen naar 7 verschillende kansloze 'kandidaten', het hoogste aantal sinds 1872.
Tot nu toe moeten we concluderen dat Trump niet heel goed is in zelfstandig meerderheden behalen en samen met Clinton kan hij heel goed verdeeldheid zaaien. Maar hoe groot is nu daadwerkelijk die beweging van hem? Bijna 63 miljoen stemmen. Dat is 46,0% van de stemmen, 25,1% van het aantal stemgerechtigden en 19,4% van de bevolking. Oftewel: 2 van de 10.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: De voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
Abonneren op:
Posts (Atom)