Deze week was er veel te doen om uitspraken van ene Dirk N. over het aantal slachtoffers van de aanslagen in Istanboel. Hij zou het jammer gevonden hebben dat er niet meer mensen omgekomen waren, maar hij zei blij te zijn dat in ieder geval die 29 mensen niet naar Nederland konden komen. Afschuwelijke gedachten en het is nog afschuwelijker om het uit te spreken en zelfs uit te schrijven op een veelgelezen website als Facebook. Maar dan de consequentie. PostNL zag zich als indirect werkgever, de man schijnt via een uitzendbureau ingehuurd te zijn, niet langer kunnen samen werken met de man en hem is direct de wacht aan gezegd. En dit is niet terecht.
Want wat heeft Dirk N. nu eigenlijk misdaan? Hij heeft een mening geuit. Een vreselijke mening. Een mening waarvan ik hoop dat iedereen 'm vreselijk vindt. Maar er bestaat zoals iets als vrijheid van meningsuiting. Deze vrijheid zou moeten garanderen dat ook een minderheidsmening geuit en gehoord mag worden. Maar ook dat men zich zo belachelijk mag maken als men zelf wil. En dat heeft Dirk N. gedaan. Hij heeft een (hopelijk) minderheidsmening laten horen en hij heeft daarmee zichzelf belachelijk gemaakt. Hij heeft niet tot geweld, uitsluiting of anderszins concreets opgeroepen. De Grondwet verbiedt daarom de Staat Dirk N. daarvoor te straffen. Dus waarom zou PostNL deze macht wel mogen hebben? PostNL zou deze macht niet mogen hebben.
Maar het is te begrijpen dat PostNL toch het besluit neemt om de man te ontslaan. Op zijn facebook-pagina is immers ook te lezen dat hij chauffeurt voor PostNL. En dit bedrijf stelt immers dat iedere werknemer "respect moet tonen voor andere culturen, religies en waarden" en "dat je geen lasterlijk, grof, obsceen of bedreigend materiaal mag plaatsen". Wat PostNL vergeet te vermelden is wat "respect moet tonen voor andere culturen, religies en waarden" betekent. En "lasterlijk" is nog enigszins objectief aantoonbaar, maar "bedreigend" begint al een stuk subjectiever te worden. En "grof" en "obsceen" zijn gewoon onderhevig aan mode, tijdsbeeld en persoonlijke mening en dus heel lastig om iemand op af te rekenen.
PostNL gaat in deze op stoel van wetgever zitten, omdat het eisen stelt aan mensen, werknemers, zzp-ers die verder gaan dan de wet. Maar men neemt ook de rol van rechter op zich door zelf "recht" te spreken. Alweer een macht die de Staat niet heeft, maar wel voor een bedrijf zichzelf wordt toegeëigend. En dit zou nog niet zo erg zijn als PostNL in andere opzichten een baken van moreel gezag zou zijn. Maar dat is het van verre. Ik noem alleen maar het ontslaan van eigen werknemers om ze vervolgens als zzp-ers weer in te huren.
En dan de positie van de Dirk N. Tot voor kort een man met rare ideeën met een baan en sociale omgeving. Sinds kort een man met rare ideeën, geen baan en een afnemende sociale omgeving. Door de stap van PostNL is het niet waarschijnlijker geworden dat Dirk N. op andere ideeën gebracht wordt, het is wel makkelijk aan te nemen dat zijn cirkeltje kleiner wordt en hij steeds meer bevestigd wordt in zijn eigen gelijk. Anders gezegd heeft PostNL zichzelf van een last afgeworpen, maar voor Nederland wordt het probleem groter.
Het zou PostNL sieren als men een actieve dialoog aan gaat met haar medewerkers. Als zij de diversiteit onder de medewerkers die ongetwijfeld bijna net zo groot is als in de samenleving gebruikt om "respect voor andere culturen, religies en waarden" te bewerkstelligen opdat "geen lasterlijk, grof, obsceen of bedreigend materiaal" geplaatst wordt. Een onderneming met 50.000 werknemers zou zo'n pro-actieve houding goed staan. Omdat zij invloed heeft op die 50.000 werknemers, hun gezinnen, families, vrienden, klanten, leveranciers. Oftewel half tot heel Nederland.
Aanbevolen post
Grondwetswijzigingen van De Jong - 2016
Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toe...
maandag 12 december 2016
maandag 5 december 2016
Artikel 23 werkt niet
Vrijheid van onderwijs wordt gegarandeerd door artikel 23 van de Grondwet. Tot grofweg een eeuw geleden hebben protestanten en katholieken hier gezamenlijk hard en lang voor gestreden. Niet wetende natuurlijk dat dit artikel later ook door joden, moslims, montessori's en jenaplanners gebruikt zou worden om hun eigen scholen te stichten. Het resultaat is dat we in Nederland met name in het basisonderwijs een enorme diversiteit aan schoolvormen hebben. Iedereen kent wel een openbare school, een protestants christelijke, een katholieke. Maar ook oecumenische scholen, Dalton scholen en Vrije scholen zijn niet zeldzaam.
De Schoolstrijd die grofweg een eeuw geduurd heeft, ging natuurlijk over veel meer dan over onderwijs alleen. Het ging er eigenlijk om dat de meerderheid de minderheid niet zomaar zijn wil op mag leggen. In het Nederlandse geval katholieken versus protestanten en confessionelen versus liberalen. Volgend jaar is het einde van de Schoolstrijd een eeuw oud en het gekke is: we staan al een eeuw stil. En dat is jammer, want hoewel er lang is gestreden voor een groot goed dat we niet zomaar over boord moeten gooien, werkt het niet meer. Het probleem is met name lid 4, of het gebrek aan uitvoering daarvan:
4. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven, al dan niet in een openbare school.
Nu kun je natuurlijk afvragen wat voldoend is. Mijns inziens betekent dat zoveel openbaar onderwijs in een dorp, stad, stad, gemeente, wijk dat de mensen die het liefst gebruik willen maken van openbaar onderwijs dat kunnen doen op beperkte afstand van hun woning. En hier gaat het nog wel eens mis. Want er zijn wijken waar de dichtstbijzijnde openbare school op een kilometer afstand is. In zo'n geval kiest men dan vaak voor bijzonder onderwijs, confessioneel of anderszins. Met als gevolg dat mensen die bewust kiezen voor een bepaalde vorm van bijzonder onderwijs uitgeloot worden bij hun school van keuze. Het gebeurt ook dat in nieuwbouwwijken de openbare school niet de eerste is om de deuren te openen. Soms is een Montessori- of Dalton-school wel één of twee jaar eerder. In zo'n geval wordt iedereen wel gedwongen om voor bijzonder onderwijs te kiezen. En als er dan eindelijk een openbare school geopend wordt, stapt men niet zomaar over, het kind heeft immers vriendjes gemaakt, je kent de leraren en andere ouders. Met als gevolg dat ook het twee kind, het derde kind naar het bijzonder onderwijs zal gaan, want kinderen met een oudere broer of zus op dezelfde school krijgen voorrang.
Voor exacte aantallen is uitvoerig onderzoek nodig, maar ik durf te stellen dat er heel veel op het bijzonder onderwijs zitten terwijl hun ouders liever voor openbaar onderwijs hadden gekozen. En dat hierdoor ongeveer net zoveel kinderen op een vorm van onderwijs zitten, en dat kan openbaar of bijzonder zijn, omdat de bijzonder onderwijs-school van eerste keuze vol zat. De oplossing is even simpel als paradoxaal: om het bijzonder onderwijs meer ruimte te geven, de ruimte die het verdient, moet er meer geïnvesteerd worden in het openbaar onderwijs.
De Schoolstrijd die grofweg een eeuw geduurd heeft, ging natuurlijk over veel meer dan over onderwijs alleen. Het ging er eigenlijk om dat de meerderheid de minderheid niet zomaar zijn wil op mag leggen. In het Nederlandse geval katholieken versus protestanten en confessionelen versus liberalen. Volgend jaar is het einde van de Schoolstrijd een eeuw oud en het gekke is: we staan al een eeuw stil. En dat is jammer, want hoewel er lang is gestreden voor een groot goed dat we niet zomaar over boord moeten gooien, werkt het niet meer. Het probleem is met name lid 4, of het gebrek aan uitvoering daarvan:
4. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven, al dan niet in een openbare school.
Nu kun je natuurlijk afvragen wat voldoend is. Mijns inziens betekent dat zoveel openbaar onderwijs in een dorp, stad, stad, gemeente, wijk dat de mensen die het liefst gebruik willen maken van openbaar onderwijs dat kunnen doen op beperkte afstand van hun woning. En hier gaat het nog wel eens mis. Want er zijn wijken waar de dichtstbijzijnde openbare school op een kilometer afstand is. In zo'n geval kiest men dan vaak voor bijzonder onderwijs, confessioneel of anderszins. Met als gevolg dat mensen die bewust kiezen voor een bepaalde vorm van bijzonder onderwijs uitgeloot worden bij hun school van keuze. Het gebeurt ook dat in nieuwbouwwijken de openbare school niet de eerste is om de deuren te openen. Soms is een Montessori- of Dalton-school wel één of twee jaar eerder. In zo'n geval wordt iedereen wel gedwongen om voor bijzonder onderwijs te kiezen. En als er dan eindelijk een openbare school geopend wordt, stapt men niet zomaar over, het kind heeft immers vriendjes gemaakt, je kent de leraren en andere ouders. Met als gevolg dat ook het twee kind, het derde kind naar het bijzonder onderwijs zal gaan, want kinderen met een oudere broer of zus op dezelfde school krijgen voorrang.
Voor exacte aantallen is uitvoerig onderzoek nodig, maar ik durf te stellen dat er heel veel op het bijzonder onderwijs zitten terwijl hun ouders liever voor openbaar onderwijs hadden gekozen. En dat hierdoor ongeveer net zoveel kinderen op een vorm van onderwijs zitten, en dat kan openbaar of bijzonder zijn, omdat de bijzonder onderwijs-school van eerste keuze vol zat. De oplossing is even simpel als paradoxaal: om het bijzonder onderwijs meer ruimte te geven, de ruimte die het verdient, moet er meer geïnvesteerd worden in het openbaar onderwijs.
donderdag 1 december 2016
Wat Jeroen Blijlevens eigenlijk bedoelde te zeggen
Onlangs reageerde Jeroen Blijlevens op twitter enigszins onhandig op een column van Marijn de Vries in Trouw. Talloze reacties kreeg Blijlevens vervolgens waar vrijwel geen goed woord tussen zat. Maar hoewel de tweet van Blijlevens onhandig en ongepast was, denk (lees: hoop) ik niet dat hij het slecht bedoelde. Hij vergat alleen dat een mening in minder dan 140 tekens vaak tot veel onbegrip kan leiden. En wat hij bedoelde te zeggen, is ook niet in 140 tekens te vatten.
Wat Blijlevens namelijk bedoelde te zeggen is, dat een gevolg van de column van Marijn de Vries er een generalisatie kan optreden en opeens alle (jeugd-)coaches bij wielerclubs en andere sportverenigingen argwanend worden aangekeken. Met als ergste gevolg dat ouders hun kinderen niet meer naar een sportclub durven te sturen. En dat zou een gevolg zijn waar niemand blij van wordt. Want met name voor kinderen is sport goed om het lichaam te ontwikkelen, maar ook uitstekend voor sociale vaardigheden. Het streven moet zijn: meer kinderen op sport, juist niet minder.
En als al die onschuldige, goedbedoelende coaches en begeleiders niet meer hun werk kunnen doen, omdat ze onterecht niet meer vertrouwd worden, is dat ook een groot verlies. Economisch, sportief, sociaal en vooral persoonlijk. Dat hebben we bijvoorbeeld ook gezien met mannen werkzaam bij kinderdagverblijven na Robert M. Daarvoor waren het al niet veel, na Robert M. bijna geen enkele man meer.
Maar waar ligt dat dan aan? Had Marijn de Vries man en paard moeten noemen zodat ieder ander gevrijwaard was van verdenking? Of sterker nog: had de columns niet geschreven moeten worden om de geoedbedoelenden te beschermen? Dat laatste lijkt Jeroen Blijlevens voorkeur te hebben. Maar dan zou je ook kunnen zeggen dat het hele schandaal rond Robert M. nooit naar buiten had moeten komen om al die andere mannen in de kinderopvang te beschermen. En dat kan toch niemand ooit echt serieus gedacht hebben.
Er wordt inderdaad nevenschade aangericht als er schandalen en misstanden aan het licht komen. Onschuldigen zullen soms aangekeken worden om wat anderen in hetzelfde milieu gedaan hebben. 99% lijdt dan onder de wandaden van 1%. Maar dat is niet de schuld van de klokkenluiders. Dat is de schuld van de 1%. En de enige manier om ervoor te zorgen dat 1% niet 2% wordt, of dat het aantal slachtoffers van die 1% meer wordt, is de klok te luiden. En dat heeft Marijn de Vries gedaan. En daarvoor verdient zij niets dan lof.
Wat Blijlevens namelijk bedoelde te zeggen is, dat een gevolg van de column van Marijn de Vries er een generalisatie kan optreden en opeens alle (jeugd-)coaches bij wielerclubs en andere sportverenigingen argwanend worden aangekeken. Met als ergste gevolg dat ouders hun kinderen niet meer naar een sportclub durven te sturen. En dat zou een gevolg zijn waar niemand blij van wordt. Want met name voor kinderen is sport goed om het lichaam te ontwikkelen, maar ook uitstekend voor sociale vaardigheden. Het streven moet zijn: meer kinderen op sport, juist niet minder.
En als al die onschuldige, goedbedoelende coaches en begeleiders niet meer hun werk kunnen doen, omdat ze onterecht niet meer vertrouwd worden, is dat ook een groot verlies. Economisch, sportief, sociaal en vooral persoonlijk. Dat hebben we bijvoorbeeld ook gezien met mannen werkzaam bij kinderdagverblijven na Robert M. Daarvoor waren het al niet veel, na Robert M. bijna geen enkele man meer.
Maar waar ligt dat dan aan? Had Marijn de Vries man en paard moeten noemen zodat ieder ander gevrijwaard was van verdenking? Of sterker nog: had de columns niet geschreven moeten worden om de geoedbedoelenden te beschermen? Dat laatste lijkt Jeroen Blijlevens voorkeur te hebben. Maar dan zou je ook kunnen zeggen dat het hele schandaal rond Robert M. nooit naar buiten had moeten komen om al die andere mannen in de kinderopvang te beschermen. En dat kan toch niemand ooit echt serieus gedacht hebben.
Er wordt inderdaad nevenschade aangericht als er schandalen en misstanden aan het licht komen. Onschuldigen zullen soms aangekeken worden om wat anderen in hetzelfde milieu gedaan hebben. 99% lijdt dan onder de wandaden van 1%. Maar dat is niet de schuld van de klokkenluiders. Dat is de schuld van de 1%. En de enige manier om ervoor te zorgen dat 1% niet 2% wordt, of dat het aantal slachtoffers van die 1% meer wordt, is de klok te luiden. En dat heeft Marijn de Vries gedaan. En daarvoor verdient zij niets dan lof.
Abonneren op:
Posts (Atom)