In 2017 heeft Frankrijk een nieuwe president en een nieuwe Assemblée Nationale, zeg maar de Franse Tweede Kamer. Bij beide verkiezingen heeft (de partij van) Emmanuel Macron de overwinning mogen claimen. De nieuwe Franse president lijkt nu te kunnen gaan regeren als God in Frankrijk.
Het populisme is gestopt in Frankrijk, klonk het. Maar hoeveel mensen staan nu werkelijk achter die absolute meerderheid die Macron en En Marche nu hebben. Allereerst de presidentsverkiezingen. In Frankrijk mag bijna een onbeperkt aantal mensen zich kandidaat stellen voor het presidentschap. Als geen één kandidaat in de eerste ronde meer dan 50% van de stemmen behaald, gaan de beste twee door naar de tweede ronde. Waarin het vrijwel onmogelijk is dat niemand de meerderheid behaald.
In de eerste ronde van 2017 waren er 11 kandidaten. Daarvan kregen Macron en Le Pen de meeste stemmen, respectievelijk 24,01% en 21,3%. Waarbij gezegd moet worden dat François Fillon en Jean-Luc Mélenchon er met 20,01% en 19,58% niet ver vandaag zaten. Maar het systeem is nu eenmaal zo dat er maar twee doorgaan naar de tweede ronde. De opkomst in de eerste ronde was 77,77% en 2,55% had een blanco of ongeldige stem uitgebracht. Dit betekent dat in de eerste ronde 18,2% van de stemgerechtigde Fransen op Macron had gestemd en 16,14% op Le Pen. Samen 34,34%. De stem, of al dan niet bewuste niet-stem, van 65,66% van de Fransen deed er niet meer toe.
In de tweede ronde gingen minder mensen stemmen (74,56%) en brachten meer mensen een blanco of ongeldige stem uit, respectievelijk 8,52% en 3,00%. 34,03% van de stemgerechtigde Fransen besloot die niet te gaan stemmen of zo te stemmen dat zijn of haar stem niet meetelde. Van de Fransen die wel een correcte stem uitbrachten, deed 66,1% dat op Macron en 33,9% op Le Pen. Macron kreeg 43,61% van de stemgerechtigde Fransen achter zich in de tweede ronde, Le Pen 22,37%.
Dan de parlementsverkiezingen. Die gaan vergelijkbaar met de presidentsverkiezingen, maar dan per district. Frankrijk wordt in 577 stukjes opgeknipt en in elke stukje mogen de inwoners op de kandidaten stemmen. Als er in de eerste ronde geen absolute winnaar is, volgt er een tweede ronde. Macron's partij La République En Marche! (REM) won uiteindelijk 308 van de 577 zetels, ruim 53%. Maar hoeveel stemmen kreeg hij?
In de eerste ronde kreeg REM 28,21% van de stemmen. Ongeveer evenveel als de nummer twee (Les Républicains, 15,77%; Front National, 13,2%). Op zich een mooi resultaat, maar daarbij moet aangetekend worden dat 51,3% van de Fransen niet was gaan stemmen en 2,21% van de stemmen blanco of ongeldig was. Dat betekent dat slechts 13,43% van de stemgerechtigde Fransen op de partij die de absolute meerderheid zou krijgen had gestemd.
In de tweede ronde kreeg REM 43,06% van de stemmen. Maar met een nog lagere opkomst (42,64% en nog meer blanco (6,99%) en ongeldige (2,87%) stemmen verbleekt dat percentage toch wel wat. In deze ronde kreeg La République En Marche! 16,55% van de Franse stemmen en de absolute meerderheid in de Assemblée Nationale. 61,57% van Frankrijk besloot niet, blanco of ongeldig te stemmen. Zij worden niet vertegenwoordigd in de Assemblée Nationale.
Ralf de Blogger
Aanbevolen post
Grondwetswijzigingen van De Jong - 2016
Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toe...
dinsdag 11 juli 2017
maandag 22 mei 2017
Nieuwe opzet Europees voetbal
Europees voetbal is mooi, maar ook raar. Want in de Champions League spelen lang niet alle landskampioenen, en al helemaal geen bekerwinnaars, terwijl de nummers 2 en 3 van landen als Spanje en Engeland wel er aan mee mogen doen. En nog gekker: clubs zijn voor het mee mogen doen aan hoofdtoernooien of voorrondes afhankelijk van hun grootste concurrenten. Het is namelijk de landenquotiënt die bepaalt hoeveel clubs per land aan de Champions League en Europa League mee mogen doen en in welke fase ze instromen. Dat is best gek en is met een relatief makkelijke ingreep te veranderen. En je krijgt er nog meer leuk Europees voetbal door ook.
Ik stel een opzet voor waarbij 51 Europese landen, 55 UEFA-leden min San Marino, Andorra, Liechtenstein en Gibraltar want die hebben geen eigen competitie, ieder 6 teams mogen afvaardigen voor verschillende Europese toernooien. Dat zijn 306 teams verdeeld over 10 divisies: de Champions League bovenaan en daaronder Europa League 1 tot en met 9. Clubs moeten zich plaatsen voor Europees voetbal middels nationale competities, bijvoorbeeld de bekerwinnaar en de top 5 van de competitie. Maar landen als Engeland en Frankrijk, die twee bekertoernooien hebben, kunnen er ook voor kiezen 2 bekerwinnaars aan te wijzen en de top 4 van de competitie.
Voor welke divisie de club zich plaatst, heeft echter niets meer met de nationale lijst te maken. Dat gaat grotendeels aan de hand van de UEFA clubranking gebeuren. Ten eerste de winnaars van de Champions League en de Europa League 1 zich voor de Champions League van het volgende jaar. De winnaar van Europa League 2 plaatst zich voor de Europa League 1, de winnaar van de Europa League 3 voor de Europa League 2 en zo voorts. Andere clubs die zich plaatsen voor het hoogste podium zijn de 30 hoogstgeplaatste clubs op de eerder genoemde UEFA lijst. De volgende 31 plaatsen zich voor de Europa League 1, de 31 daarna voor de Europa League 2 en zo voorts. Zo krijg je 10 Europese divisies waarin clubs op hun eigen niveau kunnen strijden om een beker en ook nog eens hoger op kunnen klimmen.
Qua toernooi-opzet hoeft er verder niet veel te veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Voorrondes (bijna) niet meer nodig. De eerste ronde blijft een poulefase van 8 poules met 4 teams. De helft daarvan gaat door naar de knock out-fase van het toernooi. Bijna alle divisies bestaan uit 32 teams, behalve de Europa League 8 en 9. Daar zullen 24 in teams in schitteren waarvan er wel 16 doorgaan naar de tweede ronde. Dat brengt het totaal op 304 teams, dus er zal een kleine voorronde nodig zijn: de 4 laagst genoteerde clubs moeten strijden om 2 tickets in Europa League 9.
Om aanvallend voetbal te promoten, stel ik voor dat clubs punten krijgen voor de UEFA clubranking voor zowel winst en gelijke spelen als voor gemaakte doelpunten. En natuurlijk moet een winst of doelpunt op een hoger niveau meer beloond worden dan op een lager niveau. Je zou dan op een dergelijk schema uit kunnen komen:
Ik stel een opzet voor waarbij 51 Europese landen, 55 UEFA-leden min San Marino, Andorra, Liechtenstein en Gibraltar want die hebben geen eigen competitie, ieder 6 teams mogen afvaardigen voor verschillende Europese toernooien. Dat zijn 306 teams verdeeld over 10 divisies: de Champions League bovenaan en daaronder Europa League 1 tot en met 9. Clubs moeten zich plaatsen voor Europees voetbal middels nationale competities, bijvoorbeeld de bekerwinnaar en de top 5 van de competitie. Maar landen als Engeland en Frankrijk, die twee bekertoernooien hebben, kunnen er ook voor kiezen 2 bekerwinnaars aan te wijzen en de top 4 van de competitie.
Voor welke divisie de club zich plaatst, heeft echter niets meer met de nationale lijst te maken. Dat gaat grotendeels aan de hand van de UEFA clubranking gebeuren. Ten eerste de winnaars van de Champions League en de Europa League 1 zich voor de Champions League van het volgende jaar. De winnaar van Europa League 2 plaatst zich voor de Europa League 1, de winnaar van de Europa League 3 voor de Europa League 2 en zo voorts. Andere clubs die zich plaatsen voor het hoogste podium zijn de 30 hoogstgeplaatste clubs op de eerder genoemde UEFA lijst. De volgende 31 plaatsen zich voor de Europa League 1, de 31 daarna voor de Europa League 2 en zo voorts. Zo krijg je 10 Europese divisies waarin clubs op hun eigen niveau kunnen strijden om een beker en ook nog eens hoger op kunnen klimmen.
Qua toernooi-opzet hoeft er verder niet veel te veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Voorrondes (bijna) niet meer nodig. De eerste ronde blijft een poulefase van 8 poules met 4 teams. De helft daarvan gaat door naar de knock out-fase van het toernooi. Bijna alle divisies bestaan uit 32 teams, behalve de Europa League 8 en 9. Daar zullen 24 in teams in schitteren waarvan er wel 16 doorgaan naar de tweede ronde. Dat brengt het totaal op 304 teams, dus er zal een kleine voorronde nodig zijn: de 4 laagst genoteerde clubs moeten strijden om 2 tickets in Europa League 9.
Om aanvallend voetbal te promoten, stel ik voor dat clubs punten krijgen voor de UEFA clubranking voor zowel winst en gelijke spelen als voor gemaakte doelpunten. En natuurlijk moet een winst of doelpunt op een hoger niveau meer beloond worden dan op een lager niveau. Je zou dan op een dergelijk schema uit kunnen komen:
| Champions League | 32 | 10 | 5 | 2,5 |
| Europa League 1 | 32 | 9 | 4,5 | 2,25 |
| Europa League 2 | 32 | 8 | 4 | 2 |
| Europa League 3 | 32 | 7 | 3,5 | 1,75 |
| Europa League 4 | 32 | 6 | 3 | 1,5 |
| Europa League 5 | 32 | 5 | 2,5 | 1,25 |
| Europa League 6 | 32 | 4 | 2 | 1 |
| Europa League 7 | 32 | 3 | 1,5 | 0,75 |
| Europa League 8 | 24 | 2 | 1 | 0,5 |
| Europa League 9 | 24 | 1 | 0,5 | 0,25 |
| voorronde | 4 | 1 | 0,5 | 0,25 |
woensdag 22 maart 2017
2 van de 10 - deel 7: Tweede Kamerverkiezingen 2017
De Tweede Kamerverkiezingen zijn achter de rug, de stemmen zijn geteld en de Kiesraad heeft de cijfers gepubliceerd. Wat opvalt, is dat er voornamelijk winnaars zijn. VVD omdat ze ondanks verlies ruim de grootste blijven. CDA, D66, GroenLinks, PVV, PvdD en 50Plus vanwege zetelwinst. Forum voor Democratie en DENK omdat ze nieuw in de Kamer komen. Verliezers zijn er ook maar minder: PvdA omdat deze partij gedecimeerd is. VVD en SP vanwege zetelverlies. PVV omdat ze niet de grootste zijn en minder winst hebben dan verwacht.
Maar ook andere cijfers vallen op, zoals het opkomstcijfer. Want hoewel dat hoger was dan in 2012, was het ook weer niet zo hoog dat de vlaggen uit moeten. Bij de vorige veertien Tweede Kamerverkiezingen was de opkomst vijf maal hoger, en nog eens twee minder dan een procentpunt lager. En nooit meer dan 7,5 procentpunt lager. Ondanks deze hogere opkomst is de trend sinds het afschaffen van de opkomstplicht nog steeds dalende.
En dan de mensen die wel zijn gaan stemmen. Van de ruim 10,5 miljoen stemmen die zijn uitgebracht, waren er 47415 blanco of ongeldig. Dit lijkt niet veel en een half procent is ook niet veel, maar deze mensen hebben wel de moeite genomen om hun stempas te bewaren en op woensdag met paspoort en stempas in de hand om te fietsen om een statement te maken. Dan zijn er ook nog eens mensen die de hetzelfde gedaan hebben om op een partij te gaan stemmen waarvan ze eigenlijk wel wisten dat die niet in de Kamer zou komen. Vijftien partijen hebben niet genoeg stemmen gekregen voor één zetel. Vele daarvan waren echt kansloos, misschien dachten mensen van drie partijen dat die nog echt een kans maakten: de Piratenpartij, VNL en Artikel1. De ander twaalf partijen waren echt kansloos. Maar deze partijen hebben wel ruim 45 duizend stemmen gekregen. In totaal hebben de vijftien partijen die het niet gehaald hebben 148 duizend stemmen gekregen. En als we daar de blanco- en ongeldige stemmen bij optellen, komen we aan 195.415. Goed voor zeker twee zetels, misschien zelfs nog een restzetel. Als deze stemmers het eens waren geweest. Wat ze nu wel gemeen hebben is dat ze niet vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer.
In totaal heeft 1,85% van de stemmers een blanco of ongeldige stem uitgebracht of een stem op een partij die de kiesdrempel niet haalde. Dat is 1,5% van de stemgerechtigde. Tel daarbij de 19,2% op die helemaal geen stem heeft uitgebracht en we hebben ruim 20% van de bevolking die niet vertegenwoordigd is in het parlement. Nu is dat voor het grootste deel de eigen verantwoordelijkheid van deze 20%, maar als we zien dat 2 van de 10 soms een enorm verschil kunnen maken, lijkt het toch van belang om een zo groot mogelijk deel van deze kiezers een volgende keer wel te kunnen vertegenwoordigen.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: de voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
Maar ook andere cijfers vallen op, zoals het opkomstcijfer. Want hoewel dat hoger was dan in 2012, was het ook weer niet zo hoog dat de vlaggen uit moeten. Bij de vorige veertien Tweede Kamerverkiezingen was de opkomst vijf maal hoger, en nog eens twee minder dan een procentpunt lager. En nooit meer dan 7,5 procentpunt lager. Ondanks deze hogere opkomst is de trend sinds het afschaffen van de opkomstplicht nog steeds dalende.
En dan de mensen die wel zijn gaan stemmen. Van de ruim 10,5 miljoen stemmen die zijn uitgebracht, waren er 47415 blanco of ongeldig. Dit lijkt niet veel en een half procent is ook niet veel, maar deze mensen hebben wel de moeite genomen om hun stempas te bewaren en op woensdag met paspoort en stempas in de hand om te fietsen om een statement te maken. Dan zijn er ook nog eens mensen die de hetzelfde gedaan hebben om op een partij te gaan stemmen waarvan ze eigenlijk wel wisten dat die niet in de Kamer zou komen. Vijftien partijen hebben niet genoeg stemmen gekregen voor één zetel. Vele daarvan waren echt kansloos, misschien dachten mensen van drie partijen dat die nog echt een kans maakten: de Piratenpartij, VNL en Artikel1. De ander twaalf partijen waren echt kansloos. Maar deze partijen hebben wel ruim 45 duizend stemmen gekregen. In totaal hebben de vijftien partijen die het niet gehaald hebben 148 duizend stemmen gekregen. En als we daar de blanco- en ongeldige stemmen bij optellen, komen we aan 195.415. Goed voor zeker twee zetels, misschien zelfs nog een restzetel. Als deze stemmers het eens waren geweest. Wat ze nu wel gemeen hebben is dat ze niet vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer.
In totaal heeft 1,85% van de stemmers een blanco of ongeldige stem uitgebracht of een stem op een partij die de kiesdrempel niet haalde. Dat is 1,5% van de stemgerechtigde. Tel daarbij de 19,2% op die helemaal geen stem heeft uitgebracht en we hebben ruim 20% van de bevolking die niet vertegenwoordigd is in het parlement. Nu is dat voor het grootste deel de eigen verantwoordelijkheid van deze 20%, maar als we zien dat 2 van de 10 soms een enorm verschil kunnen maken, lijkt het toch van belang om een zo groot mogelijk deel van deze kiezers een volgende keer wel te kunnen vertegenwoordigen.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: de voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
donderdag 16 maart 2017
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
Doorgaans put ik enige hoop uit mijn '2 van de 10' blogjes: het gevaar lijkt groter dan het is en als de zwijgende massa opstaat, kan er nog altijd iets moois gebeuren. Maar vandaag ben ik somberder gestemd. Want, met nog 1% van de stemmen te tellen, de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen zijn binnen. Dat VVD en vooral PvdA niet beloond worden voor vier regeren is te lezen en te zien in alle kranten en tv-uitzendingen. Net zoals de winst van CDA, D66, GroenLinks en PVV.
Voor 15 maart was al duidelijk dat er veel partijen in de Tweede Kamer zouden komen. Ten eerste door de vele nieuwe partijen die zich hadden aangemeld en ten tweede door de peilingen. Het zijn er uiteindelijk 13 geworden. Wat nog bescheiden is als je het afzet tegen de 17 fracties die voor 15 maart in de Kamer zaten. Elf van die 13 partijen kenden we al, twee zijn er nieuw: DENK en Forum voor Democratie. Waarbij die laatste echt nieuw is en de eerste alleen in naam.
Wat opvalt is dat partijen die opkomen voor een beperkte groep en daarmee anderen uitsluiten en opvallend goed doen: PVV, DENK, FvD, 50Plus en ook VNL, al haalt die geen zetel, hebben allemaal meer stemmen gekregen dan in 2012. De SGP ongeveer evenveel. Samen hebben deze partijen die respectievelijk moslims, niet-moslims, buitenlanders, jongeren, buitenlanders en niet-orthodox christenen uitsluiten bijna 23% van de stemmen. Inderdaad, 2 van de 10. En hoewel ik ze niet helemaal tot dezelfde categorie wil rekenen, zijn het CDA en de SP in de laatste campagne ook niet erg inclusief geweest. En als je die erbij optelt, komt je zelfs aan 44% van de stemmen.
Maar wat misschien nog wel het ergste is, is de stemmen- en zetelwinst sinds 2012 voor De Uitsluiters: de 6 partijen samen hebben 8,4% meer stemmen gekregen dan 5 jaar geleden. Nederland is een stuk egoïstischer gaan stemmen, lijkt het. En in hokjes gaan denken. Als we daartegenover de partijen zetten die in ieder geval de schijn van inclusiviteit ophouden (VVD, CDA, PvdA, GroenLinks, D66, ChristenUnie, SP en PvdD) dan zien we een bijna gelijke daling: 8,7%.
Op zich is er niets mis mee dat mensen vanuit hun eigen achtergrond, belang, portemonnee of interesse stemmen. Dat is waarschijnlijk altijd zo geweest en gaat voor het overgrote deel van de kiezers op. Maar de partijen waarop nu in toenemende mate gestemd wordt, zijn, anders dan in de tijd van de verzuiling, niet bereid aan de top samen te werken. Een coalitie, de zetelaantallen daargelaten, van PVV, DENK, VNL en SGP is onmogelijk. Omdat ze elkaar, niet zozeer als partijen, maar meer als achterban, uitsluiten.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: de voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: de voorspelling
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
woensdag 15 maart 2017
De underdog
Tijdens de verkiezingsavond van 15 maart 2017 vielen mij twee tweets van Marijn de Vries negatief op. En dat viel mij op, omdat ik doorgaans de columns en tweets van Marijn graag lees. Zo vond zij mij aan haar zijde toen een andere oud-wielrenner het even af liet weten. Maar tijdens de uitslaguitzending van de NOS liet Marijn zich in mijn ogen twee keer ongenuanceerd en seksistisch uit op twitter. Helaas kwamen wij er op dat medium er tussen ons niet uit. Vandaar dit stukje om in ieder geval mijn kant te verduidelijken.
Marijns frustratie leek geboren in het feit dat de NOS drie mannelijke eminent gris van CDA, VVD en PVDA had uitgenodigd om onder leiding van Mariëlle Tweebeeke te discussiëren over de exit polls van hedenavond. En zij was blij dat er tenminste een vrouw de discussie mocht leiden.
Mijn reactie, geuit via twitter, was dat het leek dat Marijn blij was dat Mariëlle vrouw was. Dat haar kwaliteit er niet toe deed. En ook dat zij gefrustreerd was dat de mannen mannen waren, hun kwaliteit deed er niet toe. Ik ben het er helemaal mee eens dat een weerspiegeling van de samenleving in talkshows, discussies, bevolkingsonderzoeken, bestuurlijke functies en welk niveau dan ook meer dan wenselijk is. Maar als er een keer geen representatieve samenstelling is, kun je dat de genodigde gasten niet kwalijk nemen. De drie eminent gris treft geen enkele blaam, zij zijn uitgenodigd op persoonlijke titel en hebben daar gehoor aan gegeven. En dat de discussieleider een vrouw is moge zo zijn, maar ik weet zeker dat zij dat niet was om dat zij vrouw is. Mariëlle Tweebeeke heeft echt op persoonlijke titel bewezen een fantastische presentatrice, interviewster en gespreksleidster te zijn.
Is de emancipatie dan klaar? Nee, nog lang niet. Dat bijna alle lijsttrekkers mannen zijn en bijna alle nummers 2 vrouwen geeft te denken. Vrouwen worden niet meer categorisch achtergesteld, maar een idee van tweede plan bekruipt ons toch. Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat de sterke vrouwen die op al die tweede plekken staan hier echt iets aan gaan veranderen in de komende jaren. Maar ik ben er zeker van dat polariseren op basis van geslacht niet helpt. Anders gezegd: alleen zeggen dat het om mannen of vrouwen gaat doet zowel mannen als vrouwen geen goed. Als je commentaar hebt op drie mannelijke eminent gris, stel er dan andere kandidaten tegenover. Vrouwelijk, jonger, andere etniciteit of een combinatie daarvan. Maar noem wel namen. Want dat hebben die eminent gris wel verdiend.
dinsdag 14 maart 2017
2 van de 10 - deel 5: Turkse verkiezingen in Nederland
Bij Pauw en Jinek beweerde Sinan Can op 13 maart dat er geen zwijgende meerderheid is onder Turkse Nederlanders. Omdat in 2015 70% van de Nederturken op Erdogan gestemd zou hebben. Maar klopt dit wel. Laten we even de cijfers erbij pakken.
In Nederland wonen ongeveer 245.000 mensen die door hun Turkse paspoort en omdat ze zich hebben laten registreren mogen stemmen bij Turkse verkiezingen. Bij de bewuste parlementsverkiezingen in november 2015 is zo'n 46% van hen ook daadwerkelijk gaan stemmen. Oftewel, bijna 115.000. Van deze stemmers heeft 64,26% op de AK Partij van Erdogan gestemd. Zo'n 75.000 mensen. Dat is ongeveer 30% van de stemgerechtigden. En dan zijn er ook nog eens ongeveer 50.000 volwassenen met een Turks paspoort in Nederland die niet de moeite hebben genomen om zich te laten registreren en daardoor niet stemgerechtigd zijn. Als we deze mensen ook meetellen, heeft grofweg 25% van de (volwassen) Turkse Nederlanders zijn steun uitgesproken voor Erdogan.
25% is natuurlijk een flink percentage en iedere Nederlandse partij zou er vandaag voor tekenen, maar het is verre van een absolute meerderheid. Het aantal mensen dat niet mocht stemmen omdat ze zich niet hebben laten registreren is bijna net zo groot: 18%. Het aantal stemgerechtigden dat niet is gaan stemmen is veel groter: 54%. En het opgetelde percentage ven mensen dat niet op Erdogans AK Partij gestemd heeft is naar alle maatstaven wel een absolute meerderheid: 75%.
De conclusie moet daarom zijn dat er wel een zwijgende meerderheid is. 18% zwijgt door ongeregistreerd te blijven. 54% zwijgt door niet te gaan stemmen. En 35% zwijgt nadat men op iemand anders gestemd heeft.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: de voorspelling
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
2 van de 10 - deel 7: Tweede Kamerverkiezingen 2017
In Nederland wonen ongeveer 245.000 mensen die door hun Turkse paspoort en omdat ze zich hebben laten registreren mogen stemmen bij Turkse verkiezingen. Bij de bewuste parlementsverkiezingen in november 2015 is zo'n 46% van hen ook daadwerkelijk gaan stemmen. Oftewel, bijna 115.000. Van deze stemmers heeft 64,26% op de AK Partij van Erdogan gestemd. Zo'n 75.000 mensen. Dat is ongeveer 30% van de stemgerechtigden. En dan zijn er ook nog eens ongeveer 50.000 volwassenen met een Turks paspoort in Nederland die niet de moeite hebben genomen om zich te laten registreren en daardoor niet stemgerechtigd zijn. Als we deze mensen ook meetellen, heeft grofweg 25% van de (volwassen) Turkse Nederlanders zijn steun uitgesproken voor Erdogan.
25% is natuurlijk een flink percentage en iedere Nederlandse partij zou er vandaag voor tekenen, maar het is verre van een absolute meerderheid. Het aantal mensen dat niet mocht stemmen omdat ze zich niet hebben laten registreren is bijna net zo groot: 18%. Het aantal stemgerechtigden dat niet is gaan stemmen is veel groter: 54%. En het opgetelde percentage ven mensen dat niet op Erdogans AK Partij gestemd heeft is naar alle maatstaven wel een absolute meerderheid: 75%.
De conclusie moet daarom zijn dat er wel een zwijgende meerderheid is. 18% zwijgt door ongeregistreerd te blijven. 54% zwijgt door niet te gaan stemmen. En 35% zwijgt nadat men op iemand anders gestemd heeft.
Wat vooraf ging:
2 van de 10 - deel 1: Oekraïne referendum
2 van de 10 - deel 2: US Presidency
2 van de 10 - deel 3: Brexit
2 van de 10 - deel 4: de voorspelling
Het vervolg:
2 van de 10 - deel 6: De Uitsluiters
2 van de 10 - deel 7: Tweede Kamerverkiezingen 2017
zondag 26 februari 2017
Freezone Buitenveldert
Vier pleintjes met winkels, horeca, kapperszaken, een reiswinkel. In de buurt het opgekalefaterde Gelderlandplein en winkelcentrum Rooswijck. En leegstand: twee slijterijen hebben onlangs de deuren gesloten en in zijstraten staat al jaren een oud postkantoor leeg en heeft onlangs een kinderdagverblijf een pand verlaten. Ik heb het natuurlijk over de Kastelenstraat in Buitenveldert.
In het Gelderlandplein is de laatste jaren veel geïnvesteerd: nieuwe aanbouw, nieuwe winkels, winkels zijn verhuisd, uitgebruid, er is horeca bijgekomen en het winkelcentrum heeft zelfs een eigen buslijn. Ook het kleine winkelcentrum heeft een opknapbeurt ondergaan. Maar dit is wel ten koste van andere straten in de buurt gegaan. In de Arent Janszoon Ernststraat en de Kastelenstraat staat al veel leeg en het lijkt alleen maar meer te gaan worden. Want hoe lang houdt het reisbureau het nog vol? En hoeveel kapperszaken heb je nodig in één straat? Aangezien leegstand leegstand aantrekt, moet er wel iets gebeuren. Want niets doen kan op termijn alleen resulteren in nog veel meer leegstand.
Maar een kopie van het Gelderlandplein of van Rooswijck zal niet de oplossing zijn. Daarvoor liggen de gebieden te dicht bij elkaar en daarvoor is de Kastelenstraat met z'n vier pleintjes ook te versnipperd. Daarom stel ik voor: maak van de Kastelenstraat en omgeving (Merckenburg, Giessenburg) een freezone gebied. Eventueel in combinatie met de AJ Ernststraat. Een freezone kan ondernemingen aantrekken waar gemeente, verhuurders en omwonenden niet opkomen. Als deze ondernemingen nieuw publiek aantrekken, kunnen de huidige ondernemers in de buurt daar van profiteren. In een buurt met meerdere basis- en middelbare scholen, een studentenwijk om de hoek, veel expats en steeds meer jonge gezinnen, is het publiek gemêleerd genoeg om verschillende initiatieven aan te trekken.
In het Gelderlandplein is de laatste jaren veel geïnvesteerd: nieuwe aanbouw, nieuwe winkels, winkels zijn verhuisd, uitgebruid, er is horeca bijgekomen en het winkelcentrum heeft zelfs een eigen buslijn. Ook het kleine winkelcentrum heeft een opknapbeurt ondergaan. Maar dit is wel ten koste van andere straten in de buurt gegaan. In de Arent Janszoon Ernststraat en de Kastelenstraat staat al veel leeg en het lijkt alleen maar meer te gaan worden. Want hoe lang houdt het reisbureau het nog vol? En hoeveel kapperszaken heb je nodig in één straat? Aangezien leegstand leegstand aantrekt, moet er wel iets gebeuren. Want niets doen kan op termijn alleen resulteren in nog veel meer leegstand.
Maar een kopie van het Gelderlandplein of van Rooswijck zal niet de oplossing zijn. Daarvoor liggen de gebieden te dicht bij elkaar en daarvoor is de Kastelenstraat met z'n vier pleintjes ook te versnipperd. Daarom stel ik voor: maak van de Kastelenstraat en omgeving (Merckenburg, Giessenburg) een freezone gebied. Eventueel in combinatie met de AJ Ernststraat. Een freezone kan ondernemingen aantrekken waar gemeente, verhuurders en omwonenden niet opkomen. Als deze ondernemingen nieuw publiek aantrekken, kunnen de huidige ondernemers in de buurt daar van profiteren. In een buurt met meerdere basis- en middelbare scholen, een studentenwijk om de hoek, veel expats en steeds meer jonge gezinnen, is het publiek gemêleerd genoeg om verschillende initiatieven aan te trekken.
Abonneren op:
Posts (Atom)