Gemeentelijke herindeling, heel Nederland heeft er in de laatste twee eeuwen mee te maken gehad en altijd is er gedoe. Het protest tegen de grenscorrecties en fusies die ik van dichtbij heb meegemaakt deed mij soms denken dat de nazi-bezetter weer terug was. Alsof de grote buur-stad de slechtheid zelve was en iedere vorm democratie en persoonlijke soevereiniteit verloren dreigden te gaan.
Woningnood, wie is er niet groot mee geworden? Er is ook bijna niet tegenop te bouwen: de bevolking groeit, de gezinnen worden kleiner en we willen steeds luxer en groter wonen. Waar vroeger een gezin drie hoog achter woonde, is dat nu slechts iets voor één student. Steden zijn na de oorlog gegroeid met wijken vol flats voor gezinnen, maar nu wil elk gezin een tuintje.
Bij elke crisis in of vlakbij Europa hoor je de vraag weer: hoeveel vluchtelingen kan Nederland aan? Meer dan honderd, dat zal iedereen het mee eens zijn, en minder dan 17 miljoen. Maar waar de grens precies ligt, kan en wil niemand zeggen. Op die enkeling na die altijd 'nul' zegt. Maar zelfs die enkeling weet dat het meer dan nul is. Deze drie problemen -en nog een paar andere- zijn, deels, op te lossen met één maatregel.
De bevolkingsgroei kan niet oneindig doorgaan. Woningen bouwen kan niet oneindig doorgaan. Er moet ruimte overblijven voor landbouw, stadsparken, bossen, heide, recreatie, sport en het liefst ook nog wat echte natuur. Daarom is het goed om per gebied aan te geven hoe vol het mag worden met woningen en werkgelegenheid en hoeveel ruimte er moet over blijven voor de andere zaken. Ik stel voor alle gemeentes in te delen in drie categorieën: urbaan, semi-urbaan en ruraal. Vier categorieën mag ook, bijvoorbeeld met semi-ruraal tussen semi-urbaan en ruraal. Bij elke categorie hoort een bandbreedte van aantal personen per vierkante kilometer. En van percentage van het totale oppervlak dat voor recreatie, sport en landbouw gebruikt kan worden. En tot slot hoeveel ruimte er voor natuur, al dan niet aangelegd, gereserveerd dient te worden.
Op deze manier krijgt iedere gemeente een duidelijke rol: urbaan staat voor huisvesting met daarnaast recreatie, sport en wat parken. Bij semi-urbaan ligt de nadruk iets minder op huisvesting en is er daarom meer ruimte voor bossen en landbouw. In een rurale gemeente is het niet de bedoeling dat er heel grote kernen ontstaan, maar moet juist het landelijke karakter bewaard blijven. En omdat de rol van iedere gemeente zo duidelijk wordt, is een stuk makkelijker om gemeentes samen te voegen: gemeentes met een zelfde functie die aan elkaar grenzen dienen samengevoegd te worden. Op die manier is het onderhoud van natuur in rurale gebieden minder versnipperd, wordt de afwisseling van woningbouw met stadsparken niet dwarsgezeten door gemeentegrenzen en kunnen faciliteiten voor sport en recreatie beter afgestemd worden op de behoefte, met name in minder dichtbevolkte gebieden.
Omdat met dit systeem precies duidelijk is hoeveel mensen er binnen iedere gemeente kunnen wonen, is met een beetje demografische voorkennis best goed te voorspellen waar en hoeveel woning er bijgebouwd dienen te worden. En indien er zich weer een stroom vluchtelingen aandient, is met een zelfde soort berekening makkelijk te bepalen waar er nog plek is voor de nieuwe inwoners en hoeveel er daarna nog bij kunnen.
Aanbevolen post
Grondwetswijzigingen van De Jong - 2016
Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toe...
woensdag 10 februari 2016
vrijdag 5 februari 2016
Negen Straatjes autovrij
Onlangs was in het Parool te lezen dat het experiment om de Negen Straatjes autovrij te maken eigenlijk al mislukt is. De Straatjes zijn juist onveiliger geworden nu vierwielers er niet meer mogen rijden. Tweewielers wanen zich kennelijk heer en meester. Er gaan al stemmen op om het autoverbod maar weer te schrappen. Drukte, fijnstof en lawaai moeten we maar voor lief nemen kennelijk, het aantal ongelukken of ongelukjes is maatgevend. Maar met een kleine aanpassing zijn er drie vliegen in één klap te slaan. Handhaaf het verbod voor auto's met een verbrandingsmotor in de Negen Straatjes. Anders gezegd: laat elektrische auto's wel weer toe in de Straatjes.
Vlieg één: het wordt toch iets rustiger in de Negen Straatjes in vergelijk met geen autoverbod, maar fietsers moeten blijven uitkijken, want er blijven auto's rijden. Heel stille zelfs.
Vlieg twee: de luchtkwaliteit zal er in de Straatjes op vooruit gaan in vergelijking met geen autoverbod.
Vlieg drie: de gemeente stimuleert zo de aanschaf van elektrische voertuigen, waar de hele stad en heel Nederland op termijn beter van wordt.
Maar dan moet er ook doorgepakt worden en we op twee fronten. Ten eerste moeten niet alleen vierwielers met een verbrandingsmotor geweerd worden, maar ook tweewielers met zo'n aandrijving. Alleen elektrische scooters en brommers zouden dus toegang moeten krijgen tot de Negen Straatjes. Daarnaast moet er een plan komen om, verspreid over jaren, steeds meer straten en pleinen vrij te maken van diesel- en benzine-aangedreven voertuigen. Eerst de Negen Straatjes, dan de Nieuwmarkt. Later het Singel, de Kastelenstraat, het Gerard Douplein, de Kinkerstraat en het Kastanjeplein. Ik noem maar een paar willekeurige straten.
De stad moet niet binnen een jaar benzine- en dieselvrij worden gemaakt en ook niet binnen twee jaar. Maar als er een plan komt waarin duidelijk staat welk plein en welke straat er de in de komende tien jaar verbrandingsmotorvrij wordt gemaakt, weet de Amsterdammer waar hij aan toe is en worden bij elke stap voorwaarts elke keer drie vliegjes met één klapje geslagen.
Vlieg één: het wordt toch iets rustiger in de Negen Straatjes in vergelijk met geen autoverbod, maar fietsers moeten blijven uitkijken, want er blijven auto's rijden. Heel stille zelfs.
Vlieg twee: de luchtkwaliteit zal er in de Straatjes op vooruit gaan in vergelijking met geen autoverbod.
Vlieg drie: de gemeente stimuleert zo de aanschaf van elektrische voertuigen, waar de hele stad en heel Nederland op termijn beter van wordt.
Maar dan moet er ook doorgepakt worden en we op twee fronten. Ten eerste moeten niet alleen vierwielers met een verbrandingsmotor geweerd worden, maar ook tweewielers met zo'n aandrijving. Alleen elektrische scooters en brommers zouden dus toegang moeten krijgen tot de Negen Straatjes. Daarnaast moet er een plan komen om, verspreid over jaren, steeds meer straten en pleinen vrij te maken van diesel- en benzine-aangedreven voertuigen. Eerst de Negen Straatjes, dan de Nieuwmarkt. Later het Singel, de Kastelenstraat, het Gerard Douplein, de Kinkerstraat en het Kastanjeplein. Ik noem maar een paar willekeurige straten.
De stad moet niet binnen een jaar benzine- en dieselvrij worden gemaakt en ook niet binnen twee jaar. Maar als er een plan komt waarin duidelijk staat welk plein en welke straat er de in de komende tien jaar verbrandingsmotorvrij wordt gemaakt, weet de Amsterdammer waar hij aan toe is en worden bij elke stap voorwaarts elke keer drie vliegjes met één klapje geslagen.
Abonneren op:
Posts (Atom)