Aanbevolen post

Grondwetswijzigingen van De Jong - 2016

Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toe...

dinsdag 14 augustus 2012

Op en in het water

De Olympische Spelen zijn leuk. Eens in de vier jaar kijk ik naar sporten die me anders niet kunnen boeien. Een kleine maand lang is iedere sport in ieder geval het proberen te kijken waard.

Maar met enkele honderden disciplines en evenzoveel gouden, zilveren en bronzen medailles, lijkt het er toch wel op of men zijn best heeft om iedereen een plak te kunnen geven.
In deze serie geef ik een aantal suggesties om het aan medailles te beperken, het winnen van een medaille exclusiever te maken en de Olympische Spelen daardoor nog interessanter.

Op en in het water

Dat er verschil is tussen de 100 meter sprint en de marathon, is duidelijk te zien. Van het nut van de 200 meter, 400 meter, 800 meter, 3 km, 10 km en weet ik hoeveel meer tussenafstanden er zijn, ben ik minder overtuigd. Maar goed, op bijna iedere afstand zijn er andere winnaars en zelfs grotendeels andere deelnemersvelden dus er zal al die disciplines zullen een bestaansrecht hebben.

Vast niet toevallig zijn zowel bij het lopen als bij zwemmen de 100 meter de koningsnummers. Maar het zwemmen gaan ze dan ook nog eens hun best doen op de helft daarvan. Maar goed, als je bij hardlopen zoveel afstanden mag hebben, dan bij het zwemmen ook natuurlijk.

Maar of je nou met z'n tweeën roeit of met z'n vieren. Of vier met stuurman en acht zonder. Of andersom. Dat maakt toch niets uit? Dat je de marathon niet onder de 3 uur loopt als je de 100 meter onder de 10 seconden loopt, snap ik. Maar als je met z'n tweeën hard kan roeien, kan je het ook met acht man. Als je de 500 meter in 34 punt nog wat schaatst (we halen de Winterspelen erbij), doe je over de 10 km ruim een kwartier. Maar als je in je eentje met een klein zeil kan varen, kan je het vast ook met nog iemand anders erbij. Of met een iets groter zeil.

De in-het-water-disciplines laat ik voor wat ze zijn, maar de op-het-water-disciplines zijn er voornamelijk om medailles uit te kunnen delen.

Ik stel voor om één roeionderdeel, acht met 2 stuurman of zo, dan krijgen toch 10 mensen een plak, te behouden en één zeildiscipline. Meer dan genoeg, dat de beste moge winnen.

Minder medailles maken de Spelen exclusiever en spannender en dus leuker.

zondag 12 augustus 2012

Basketbal voor kleine mensen

De Olympische Spelen zijn leuk. Eens in de vier jaar kijk ik naar sporten die me anders niet kunnen boeien. Een kleine maand lang is iedere sport in ieder geval het proberen te kijken waard.
Maar met enkele honderden disciplines en evenzoveel gouden, zilveren en bronzen medailles, lijkt het er toch wel op of men zijn best heeft om iedereen een plak te kunnen geven.
In deze serie geef ik een aantal suggesties om het aan medailles te beperken, het winnen van een medaille exclusiever te maken en de Olympische Spelen daardoor nog interessanter.

Basketbal voor kleine mensen

Lange mensen hebben een voordeel bij basketbal. Net als bij volleybal. Lange mensen kunnen namelijk beter bij het netje, respectievelijk over het netje. Snelle mensen hebben een voordeel bij hardlopen en zwemmen, omdat het nu eenmaal de bedoeling is dat je snel bent bij deze sporten. Als je hoog wilt springen, is het handig dat je niet al te zwaar bent.
Het punt dat ik wil maken is dat naast hard trainen en een flinke dosis aanleg, ook bepaalde lichamelijke kwaliteiten belangrijk zijn om succesvol te zijn in de sport. Dit is algemeen geaccepteerd is de meeste sporten, maar sommige blijven het ontkennen.
Ik denk het onmogelijk is dat basketbal voor mensen tot 1:60 m ooit olympisch wordt. Of hoogspringen voor mensen zwaarder dan 100 kg. Maar als je aan judo doet, of worstelen of gewichtheffen, dan mag je opeens strijden tegen mensen die net zo klein zijn als jij. Bij volleybal heb je gewoon pech als je 1:65 m hoog bent, ga maar een andere sport zoeken. Maar wil je boksen, dan hoef je als kleintje alleen maar tegen andere kleintjes te spelen en kun je nog goud winnen ook!
Nou is er een event waar eisen aan sporters worden gesteld om mee te mogen doen, het heet de Paralympische Spelen. Ik ga hier niet beweren dat een Paralympisch sporter minder is dan een Olympisch sporter, want iedereen is een terechte winnaar in zijn eigen veld. Maar het grote verschil tussen de Olympics en Paralympics is, dat bij de Olympics het verschil tussen sporten en disciplines leidend zijn en dat Paralympics het verschil tussen sporters daar nog eens bij komt.
Ik stel voor om bij sporten als judo, worstelen, boksen en gewichtheffen alleen nog maar een vrije gewichtsklasse te hanteren en alle andere gewichtsklassen te verplaatsen naar de Paralympics.
Minder medailles maken de Spelen exclusiever en spannender en dus leuker.

dinsdag 7 augustus 2012

Speerslingeren en kogelwerpen

De Olympische Spelen zijn leuk. Eens in de vier jaar kijk ik naar sporten die me anders niet kunnen boeien. Een kleine maand lang is iedere sport in ieder geval het proberen te kijken waard.

Maar met enkele honderden disciplines en evenzoveel gouden, zilveren en bronzen medailles, lijkt het er toch wel op of men zijn best heeft om iedereen een plak te kunnen geven.
In deze serie geef ik een aantal suggesties om het aan medailles te beperken, het winnen van een medaille exclusiever te maken en de Olympische Spelen daardoor nog interessanter.

Speer slingeren en en kogel werpen

Eigenlijk is iedere sport één trucje heel goed kunnen. Heel hard kunnen lopen, heel hard kunnen schaatsen. Heel ver kunnen springen, heel ver kunnen gooien. Behalve teamsporten als voetbal en volleybal misschien, daar moet je meerdere dingen goed voor kunnen. Maar verder zijn de meeste sporten één trucje heel goed kunnen.
En dat is ook mooi. Hardlopen, zwemmen om het snelst, hoog springen, het zijn allemaal zeer nobele sporten die Olympische Spelen Olympische Spelen maken. Net zoals hard schaatsen en snel skiën onomstotelijk bij de Winterspelen horen.
Maar dan is er ook kogelstoten.

Kogelstoten is teveel één trucje heel goed kunnen. En wel om twee redenen. Ten eerste wordt het gedaan door mensen die er uit zien of ze verder geen deuk in welke Olympische discipline dan ook kunnen slaan. Zie je een kogelstoter al aan de ongelijke leggers hangen? Of in het Beachvolleybalzand? Inderdaad. Ten tweede omdat het niets met het normale leven te maken heeft. Kijk, lopen en zwemmen kunnen we bijna allemaal en we hebben ook allemaal wel eens een wedstrijdje gedaan om wie het eerst bij een denkbeeldige streep was. Ook hebben we allemaal wel eens een bal opgepakt en met een paar een wedstrijdje gespeeld tegen een paar anderen. Of dat nu voetballend of basketballend was. Maar niemand gooit een zware bal van achter zijn oor. Iets gooien, vooruit, dat hebben we allemaal gedaan, maar de bewegingen van een kogelstoter, die herkent alleen een kogelstoter.

Iets minder erg zijn kogelslingeren, speerwerpen en discuswerpen. Bij deze drie disciplines zien de mensen er  al Olympischer uit en de manier van gooien komt stukken normaler over. Maar ook bij deze onderdelen vind ik een gouden medaille eigenlijk nog steeds teveel van het goede.

Dus stel ik voor de Vierkamp Verwerpen een Olympisch onderdeel te maken.
Deze Vierkamp bestaat uit: Kogelslingeren, kogelstoten, discuswerpen en speerwerpen.
Iedere deelnemer krijgt, zeg, drie pogingen op ieder onderdeel en de beste pogingen worden bij elkaar opgeteld. Wie de meeste meters gegooid heeft krijgt een gouden medaille.

Minder medailles maken de Spelen exclusiever en spannender en dus leuker.