Er zijn weer verkiezingen aanstaande en dan worden er zoals gebruikelijk ballonnetjes opgelaten. Deze keer is de kiesdrempel actueel. Met name CDA en VVD (samen goed voor 53 zetels in de huidige Tweede Kamer) vinden dat het gedaan moet zijn met de kleine partijtjes. Om een aantal redenen voel ik grote weerstand tegen de voorstellen van deze partijen. Ik noem er tien (van de vele!):
1. Het willen verhogen van de kiesdrempel lijkt meer ingegeven door het aantal fracties dat vandaag in de Tweede Kamer zit dan vlak na de vorige verkiezingen. Natuurlijk is 17 fracties veel, maar men moet zich wel realiseren dat 6 daarvan afsplitsingen zijn, waarvan het grootste deel na de volgende verkiezingen niet terug komt. Oftewel: het is tijdelijk probleem. En dit probleem los je niet op met een kiesdrempel van 5%, want dan kunnen fractieleden zich nog steeds afsplitsen na de volgende verkiezingen.
2. Vaak wordt gesproken over het invoeren van een kiesdrempel, maar Nederland heeft al een kiesdrempel. Een lage welliswaar: zo'n 2/3de procent en hij wordt niet als zodanig in de Wet genoemd, maar Nederland heeft de jure een kiesdrempel.
3. Als je dan toch de kiesdrempel wilt verhogen, dan zou het logisch zijn om de kiesdrempel te blijven koppelen aan de kiesdeler, zoals dat nu ook al gebeurt. Percentages roepen als 3, 5 of 7% klinkt makkelijk, maar in de praktijk is dat met een Kamer van 150 helemaal niet makkelijk. Iedere politicus die een afgerond percentage noemt kent of de Wet niet of hij onderschat zijn publiek zo dat hij een versimpelde weergave van de werkelijkheid wil geven.
4. Kleine partijen zijn altijd geweest. Coalities van minder dan 3 partijen waren tot het tot stand komen van het CDA ondenkbaar. In de jaren zeventig en tachtig waren 12 tot 18 zetels gereserveerd voor Klein Links en Klein Rechts. Dat waren 6 partijen die altijd te klein voor regeren zouden blijven, maar wel een stem gaven aan een deel van het electoraat.
5. Het probleem is niet dat er teveel kleine partijen zijn (zie 4), maar dat de grote partijen minder groot zijn. Met name PVDA en CDA zijn niet meer wat ze geweest zijn. Van ooit grote volkspartijen met 40 à 50 zetels zijn het middenpartijen geworden die moeten concurreren met D66 en GroenLinks om de blauwe stoeltjes. In dit licht is het opmerkelijk dat juist VVD de hoogste drempel nastreeft: deze partij lijkt de enige die nog echt op een groot electoraat kan rekenen en lijkt de plaats van CDA in het midden van de macht te hebben overgenomen.
6. Het probleem is helemaal niet zo groot. Voorstanders van een hoge kiesdrempel beweren dat Nederland onbestuurbaar wordt met veel partijen in het parlement. Maar laten we ons wel realiseren dat er zo'n 12 miljoen stemgerechtigden zijn in Nederland. Met 12 miljoen meningen. Dat die samengebracht worden tot 10, 12, 14 of 17 meningen (lees: partijen) in het parlement is onvoorstelbaar. Het zou al onvoorstelbaar zijn als je 12 miljoen meningen wist samen te vatten tot 150 meningen.
7. Het is niet het aantal partijen dat Nederland onbestuurbaar maakt, het is de bereidheid van de politici. Als men tot samenwerken bereid is, kan dat makkelijk met 20 mensen aan tafel. Als men niet wil samen werken, heb je al een probleem met 2 mensen aan tafel.
8. Kleine partijen zijn niet per se slecht. De PvdD en langer nog de SGP bezetten in de Kamer een beperkt aantal zetels. Dit aantal zal waarschijnlijk niet snel veranderen en deze partijen weten dat en handelen er naar. Is dit erg? Nee, want het geeft een deel van de bevolking een stem en een vertegenwoordiging. Beide een groot goed in een democratie.
9. Je maakt mensen monddood. Democratie is niet alleen 'de meerderheid regeert', het is ook de garantie voor minderheden dat ze niet onderdrukt worden door de meerderheid of door meerderheden. Door groepen die minder dan (bijvoorbeeld) 5% van het electoraat vertegenwoordigen uit de belangrijkste Kamer van het parlement te houden, maar je mensen monddood. Dat is niet alleen zeer ondemocratisch, maar ook zeer gevaarlijk. Want het risico bestaat dat men zich dan juist buitenparlementair zal laten gelden. Met alle risico's van dien.
10. Het is conservatief. En daarmee bedoel ik dat het nieuwe partijen tegenwerkt. Ik neem als voorbeeld de SP. Nu een partij die elke kiesdrempel zou overstijgen. Maar in 1994 kwamen ze met slechts 2 zetels in de Kamer. In 1998 met 5 zetels, nog steeds onder de 5%. Pas in 2002 en 2003 won SP 9 zetels, meer dan 5% van het electoraat, maar nog altijd onder de 7%.
Maar moeten we dan helemaal niets veranderen? In tegendeel! Ik sta vele en diverse veranderingen voor, maar niet deze.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten