Aanbevolen post

Grondwetswijzigingen van De Jong - 2016

Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toe...

maandag 5 december 2016

Artikel 23 werkt niet

Vrijheid van onderwijs wordt gegarandeerd door artikel 23 van de Grondwet. Tot grofweg een eeuw geleden hebben protestanten en katholieken hier gezamenlijk hard en lang voor gestreden. Niet wetende natuurlijk dat dit artikel later ook door joden, moslims, montessori's en jenaplanners gebruikt zou worden om hun eigen scholen te stichten. Het resultaat is dat we in Nederland met name in het basisonderwijs een enorme diversiteit aan schoolvormen hebben. Iedereen kent wel een openbare school, een protestants christelijke, een katholieke. Maar ook oecumenische scholen, Dalton scholen en Vrije scholen zijn niet zeldzaam.

De Schoolstrijd die grofweg een eeuw geduurd heeft, ging natuurlijk over veel meer dan over onderwijs alleen. Het ging er eigenlijk om dat de meerderheid de minderheid niet zomaar zijn wil op mag leggen. In het Nederlandse geval katholieken versus protestanten en confessionelen versus liberalen. Volgend jaar is het einde van de Schoolstrijd een eeuw oud en het gekke is: we staan al een eeuw stil. En dat is jammer, want hoewel er lang is gestreden voor een groot goed dat we niet zomaar over boord moeten gooien, werkt het niet meer. Het probleem is met name lid 4, of het gebrek aan uitvoering daarvan:
4. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven, al dan niet in een openbare school.

Nu kun je natuurlijk afvragen wat voldoend is. Mijns inziens betekent dat zoveel openbaar onderwijs in een dorp, stad, stad, gemeente, wijk dat de mensen die het liefst gebruik willen maken van openbaar onderwijs dat kunnen doen op beperkte afstand van hun woning. En hier gaat het nog wel eens mis. Want er zijn wijken waar de dichtstbijzijnde openbare school op een kilometer afstand is. In zo'n geval kiest men dan vaak voor bijzonder onderwijs, confessioneel of anderszins. Met als gevolg dat mensen die bewust kiezen voor een bepaalde vorm van bijzonder onderwijs uitgeloot worden bij hun school van keuze. Het gebeurt ook dat in nieuwbouwwijken de openbare school niet de eerste is om de deuren te openen. Soms is een Montessori- of Dalton-school wel één of twee jaar eerder. In zo'n geval wordt iedereen wel gedwongen om voor bijzonder onderwijs te kiezen. En als er dan eindelijk een openbare school geopend wordt, stapt men niet zomaar over, het kind heeft immers vriendjes gemaakt, je kent de leraren en andere ouders. Met als gevolg dat ook het twee kind, het derde kind naar het bijzonder onderwijs zal gaan, want kinderen met een oudere broer of zus op dezelfde school krijgen voorrang.

Voor exacte aantallen is uitvoerig onderzoek nodig, maar ik durf te stellen dat er heel veel op het bijzonder onderwijs zitten terwijl hun ouders liever voor openbaar onderwijs hadden gekozen. En dat hierdoor ongeveer net zoveel kinderen op een vorm van onderwijs zitten, en dat kan openbaar of bijzonder zijn, omdat de bijzonder onderwijs-school van eerste keuze vol zat. De oplossing is even simpel als paradoxaal: om het bijzonder onderwijs meer ruimte te geven, de ruimte die het verdient, moet er meer geïnvesteerd worden in het openbaar onderwijs.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten