Aanbevolen post

Grondwetswijzigingen van De Jong - 2016

Art. 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toe...

maandag 21 december 2015

De verkoopprijs van onroerend goed

Iedere stad van enige omvang heeft er last van: stijgende onroerendgoedprijzen waardoor het gat met de huurmarkt onoverbrugbaar groot wordt. Tenminste, met de gereguleerde huurmarkt. De prijzen in de vrije huursector stijgen soms nog harder dan die van koopwoningen. Omdat er een grote groep mensen ie die teveel verdient voor een woningbouwvereningingwoning en nog te weinig verdient en heeft gespaard voor een koopwoning. En omdat het aanbod in de vrije sector eigenlijk gewoon te smal is. Om dit tegen te gaan zijn er vele maatregels mogelijk en nodig: schaf de hypotheekrenteaftrek af, bouw huizen, verbouw lege kantoorgebouwen tot woningen, stem de gereguleerde huursector beter af op de behoefte. Maar er is ook nog een gedurfdere maatregel: stel een limiet aan de verkoopprijs van onroerend goed.

Speculeren met lege panden omdat de prijs in de komende jaren best wel eens hard zou kunnen stijgen is te voorkomen. Huizenprijzen in de binnensteden die de pan uitrijzen terwijl ze in omliggende wijken achter blijven. Binnensteden die worden overgenomen door vermogende Arabieren en Russen die er eigenlijk nooit zijn. Het is allemaal te voorkomen door verkoopprijzen van onroerend goed aan beperkingen te onderwerpen. Bijvoorbeeld door te stellen dat de verkoopprijs niet meer mag zijn dan de jaarlijkse inflatie +1%.

Een rekenvoorbeeld: Een appartement van € 200.000,- zou met genoemde regel na één jaar met een inflatie van 2% voor maximaal € 206.000,- verkocht mogen worden. En na 5 jaren van 2% inflatie voor maximaal € 231.854,81, namelijk vijf maal 3% rente op rente.

Nog een rekenvoorbeeld: Een kantoorpand van € 2.500.000,- zou met genoemde regel na één jaar met een inflatie van 1,5% voor maximaal € 2.562.500 doorverkocht mogen worden. En na 6 jaren van 1,5% inflatie voor maximaal € 2.899.233,55, namelijk zes maal 2,5% rente op rente.

Natuurlijk zou deze maatregel niet alleen moeten gelden voor gebouwen, maar ook voor de grond waar die op staan of op zouden kunnen komen te staan. Anders verplaatst de speculatie zich van het gebouwde naar het bebouwde en het te bebouwen. Of het te exploiteren, zoals ontginningsgebieden.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten